Spuitgietcyclus

De spuitgietcyclus (fig 2.) omvat de volgende processtappen:

  1. de machine sluit de matrijs waarbij alle bewegende delen van de matrijs die noodzakelijk zijn om het gewenste product te vormen worden op de juiste plaats worden gebracht.
  2. De spuitneus van de machine wordt tegen de matrijs gedrukt. Bij het construeren van de matrijs moet rekening worden gehouden met de aanlegdruk van de spuitneus op de matrijs.
  3. De vormholten van de matrijs worden gevuld. Vaak bereikt de inspuitdruk pas zijn maximum wanneer de matrijs bijna is gevuld. Bij dunwandige producten is de inspuitsnelheid belangrijker dan de inspuitdruk. Door de hoge inspuitsnelheid zullen reeds tijdens het vullen hoge drukken in de matrijs optreden. Van zeer groot belang is dat de lucht in de matrijsholte tijdens het vullen gemakkelijk kan ontwijken.
  4. De machine schakelt over op nadruk en de massa stolt in de matrijs. Nadruk is nodig om het volumeverschil van het polymeer in de vloeibare fase en de vaste fase op te vangen waardoor krimpholten ontstaan die tijdens de nadrukfase worden nagevuld. Nadrukhoogte en –tijd zijn afhankelijk van de vorm en afmetingen van het te spuitgieten product en de grootte van de aanspuiting.
  5. De spuitneus van de machine wordt van de matrijs losgemaakt.
  6. De machine bereidt een nieuwe hoeveelheid polymeer voor.
  7. De matrijs wordt geopend. Alle bewegende delen van de matrijs verplaatsen zich zodanig dat het product kan worden uitgestoten of anderszins kan worden verwijderd

De cyclustijd is in de praktijk grotendeels afhankelijk van de koeltijd. De koeltijd wordt bepaald door het gebruikte polymeer, de wanddikte van het product, de warmteafgifte van de matrijs en de temperatuur van de matrijs.